Phan Dang Khoai woont sinds zijn geboorte bij zijn grootouders langs moederskant. Zijn moeder heeft een psychische aandoening ontwikkeld en verblijft momenteel in een psychiatrisch ziekenhuis, terwijl zijn vader hem nooit heeft erkend. De kleine woning van de grootouders biedt onderdak aan zeven personen: zijn grootvader, een oom en vier jonge kleinkinderen, waaronder Khoai (zevende leerjaar). Zijn neven en nichten zitten in het tweede en het eerste leerjaar, en de jongste is vier jaar oud.
Zijn grootvader is op leeftijd en niet meer in staat om te werken; hij blijft thuis om voor de kinderen te zorgen. De grootmoeder werkt als babysit in Ho Chi Minhstad en stuurt maandelijks ongeveer € 100 op om het gezin te onderhouden. Het leven is extreem zwaar, maar Khoai houdt zich sterk en is vastberaden om zijn studies voort te zetten, ondanks de armoede van het gezin.

